Inleiding
"De Noormannen voeren de Seine op, voeren de Oise op en bereikten Noviomagus, waar zij zich een winterkwartier inrichtten."

Bovenstaande tekst frappeerde Albert Delahaye in 1946 al toen hij in Nijmegen (Noviomagus) benoemd werd als Wetenschappelijk Ambtenaar in het Gemeentearchief van Nijmegen. Zijn taak was het ordenen van de archieven. Archieven waren toen vaak opslagplaatsen in de kelders van de gemeenten waar vooral het oud-archief vaak lag te verstoffen. Het was vlak na de tweede wereld-oorlog en het centrum van Nijmegen lag in puin. Alle historische monumenten waren bewaard gebleven zoals de St. Stevenskerk, De Waag, De St. Nicolaas kapel en de Barbarossa Ruine.


Nijmegen, waar de twijfels ontstonden
De Eerste Twijfel: A-centrale stadsontwikkeling

Museum Het Valkhof waarin het voormalige Rijksmuseum Kam is opgenomen

Wat in Nijmegen erg opviel was de plaats van de vondsten van Romeins materiaal en de vermeende plaats van de toendertijd genoemde karolingische kapel. De stad was A-centraal ontwikkeld in de loop der eeuwen. Ten eerste waren de Romeinen er zeer nadrukkelijk aanwezig. Er is op het Kops Plateau en de Hunerberg een enorme hoeveelheid Romeins gevonden waarmee nu een museum gevuld is. De vindingen in de tijd van 1898 tot 1917 zijn zeer controversieel te noemen. Goedwillende burgers boden aan een vermogende Nijmegenaar allerlei Romeins aan die door de heer Kam maar al te graag betaald werd. De gegevens over vindplaats in het algemeen, laat staan de strategrafie zijn zeer onbetrouwbaar. Dat in Nijmegen later meer gevonden is hetgeen wel min of meer deskundig behandeld is lijdt geen twijfel. Het Kops plateau ligt op ongeveer 3 kilometer van het huidige centrum. De plaats waar de Romeinen lagen was strategisch zoals het een leger betaamt. De Romeinen keken uit over de Waal waarvan het stroomgebied destijds anders liep en veel breder was. De rivieren waren niet gekanaliseerd en de hoogteverschillen in de waterstanden daardoor veel extremer. 


Duplicering geschiedenis van Nederland van 250-1050
Deplacering geschiedenis Frans-Vlaanderen en Noord-Frankrijk

De kern van de studie is het aantonen van de duplicering van de geschiedenis van 250 tot 1050 van het huidige Frankrijk en België naar Nederland. Deze verplaatsing en duplicering van historische feiten heeft zich langzaam voltrokken vanaf de middeleeuwen. Diverse schrijvers waaronder Adam van Bremen [1075], Theofried van Echternach [1081-1110], Willem van Berchen [Nijmegen, 1482] en vele anderen meenden Nederland een grotere rol te moeten toedichten en verplaatsten feiten die in Noord Frankrijk en Vlaanderen hadden plaats gevonden  naar Nederland. Destijds werden deze schrijvers onder andere betaald door vermogende lieden, adel en bestuurders en hoe mooier het verhaal was of hoe meer gewicht voor hun eigen status des te beter het was voor het aanzien van de streek, stad of hun eigen vaandel. Onlangs heeft in de Volkskrant een uitgebreid artikel (“Hollanders uit Troje)  gestaan over de Kattendijke Kroniek. Deze kroniek uit 1491 verhaalt dat de Nederlanders van oorsprong uit Troje komen. Er wapperden Hollandse vaandels op de torenspitsen van Troje. Francion, zoon van de Trojaanse held Hector en koning van Sicambrië, heeft op de houtsnedes de Hollandse Leeuw in zijn banier en is daar de stamvader van de Hollanders.

In deze kroniek wordt de Hollandse afkomst overigens net zo gemakkelijk gekoppeld aan helden zoals Alexander de Grote en Karel de Grote en de Franse en Engelse vorstenhuizen.

Volgens ditzelfde artikel werden de Bataven pas rond 1501 voor het eerst genoemd in de geschriften, daarvoor was het woord Bataven nog nooit, door geen enkele schrijver op Nederland toegepast. (Volkskrant, 21 mei 2005)

Het bewijs van de stelling van Albert Delahaye over deze verplaatsing van de historie wordt ondersteund door de geografie, de archeologische vondsten en de geschreven oorspronkelijke bronnen.


Het bewijs van de verplaatsing van de geschiedenis in het eerste millenium
Drie argumenten die het bewijs vormen

Deel van Europa volgens Mnster 1489(Zuid boven, Noord beneden) Let op Nederland: half overstroomd!

1. De geografie.

Van enige bewoning van Nederland kan geen sprake zijn geweest in de jaren vanaf ongeveer 250 tot en met 1150. Nederland was nauwelijks bewoond. Dat wordt verklaard door de Duinkerkse Transgressie. De Duinkerkse transgressie is een permanente verhoging van de zeespiegel gedurende vele eeuwen. De Duinkerkse Transgressie is veelvuldig onderzocht door Franse en Belgische onderzoekers maar in Nederland een praktisch onbekend fenomeen. Op dit moment (2005 voor de goede orde) wordt de permanente verhoging van de zeespiegel weer een groot probleem omdat de kustprovincies op meer dan 10 plaatsen ernstig bedreigd worden door toekomstige grote overstromingen bij hoog water. Elk jaar stijgt de zeespiegel en zakt het land iets verder weg. De Romeinen maakten zich destijds al ernstige zorgen over Nederland en noemden het een moerasland waar nauwelijks in te wonen was. De val van het Romeinse rijk had niets te maken met de Transgressies maar viel per toeval samen. 

2. De archeologische vondsten.

In Nederland is voor Nederlandse begrippen veel Romeins teruggevonden. Ten opzichte van andere buitenlandse vindplaatsen is het Romeins schaars te noemen. Behalve fortificaties en begraafplaatsen van militairen wordt weinig teruggevonden. Boven de huidige grote rivieren wordt geen Romeins gevonden. Na de Romeinen ontbreekt ieder verder bewijs van bewoning tot na ongeveer 1050. Rondom dat jaar komt langzaam de bewoning weer op gang in Nederland en worden ook bewijzen in de grond teruggevonden.  

3. De geschreven oorspronkelijke bronnen.

De tweede belangrijke ondersteuning van de duplicering {of deplacering} van de geschiedenis is het feit dat vele teksten van de oude schrijvers verkeerd gelezen zijn en verkeerd geïnterpreteerd. De oude cartografen en schrijvers hadden niet de Noord oriëntatie zoals we die nu gewend zijn maar de West oriëntatie. Veel teksten zijn “verkeerd” gelezen door de middeleeuwse en latere geschiedschrijvers en zodoende ontstonden veel misvattingen. Misvattingen die door een aantal historici hardnekkig vastgehouden worden. Teksten worden nog steeds foutief geïnterpreteerd en/of als het ware automatisch toegepast op Nederland. Als een klein voorbeeld kan hier een tekst gegeven worden van Annales Vedastini (890) die meteen duidelijk maakt dat Nijmegen niet Noviomagus is en dat de Noormannen ook nooit in Nijmegen geweest zijn.

"De Noormannen voeren de Seine op, voeren de Oise op en bereikten Noviomagus, waar zij zich een winterkwartier inrichtten." 
Duidelijk toch: dat was zeker niet Neumaia maar Noyon.